Leestijd: ruim 5 minuten

HomeOverige Geldzaken ⤍ Deel 4/5: De overgang naar fiatgeld: het ein

De geschiedenis van geld is een fascinerende reis die ons inzicht geeft in hoe samenlevingen zich hebben ontwikkeld. Van de eenvoudige ruilhandel tot het ontstaan van digitaal geld, elke stap in dit proces heeft onze economieën en handelspraktijken gevormd.

De geschiedenis van ons geld

Deel 4/5: De overgang naar fiatgeld: het einde van de goudstandaard en de opkomst van een nieuw monetair tijdperk

Het huidige wereldwijde financiële systeem draait op wat we fiatgeld noemen: geld dat zijn waarde ontleent aan vertrouwen in overheden en instellingen, in plaats van aan een intrinsieke waarde zoals goud of zilver. De overgang van de goudstandaard naar fiatgeld was een van de meest ingrijpende veranderingen in de moderne economische geschiedenis.

Dit had niet alleen gevolgen voor de manier waarop regeringen met geld omgaan, maar veranderde ook de dynamiek van internationale handel, inflatie en economisch beleid. In dit artikel duiken we in de geschiedenis van deze overgang, de onderliggende redenen en de bredere impact ervan.

De goudstandaard: de basis van stabiliteit

Voordat we ons verdiepen in fiatgeld, is het belangrijk om te begrijpen hoe de goudstandaard werkte. De goudstandaard was een monetair systeem waarin de waarde van een valuta direct gekoppeld was aan een vaste hoeveelheid goud. Landen die de goudstandaard hanteerden, hielden een hoeveelheid goud in reserve, die diende als garantie voor het geld in omloop. Dit systeem bood stabiliteit en vertrouwen, omdat mensen wisten dat hun geld altijd kon worden ingewisseld voor een zekere hoeveelheid goud.

De goudstandaard had zijn hoogtijdagen in de 19e en het begin van de 20e eeuw. Veel grote economieën, waaronder het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, adopteerden dit systeem omdat het de inflatie laag hield en internationale handel vergemakkelijkte. Valuta’s hadden vaste wisselkoersen, wat handelaren en investeerders de zekerheid gaf dat de waarde van geld niet sterk zou fluctueren. Echter, dit systeem had ook zijn beperkingen, vooral in tijden van economische crisis.

De Grote Depressie en de breuken in de goudstandaard

De jaren 1920 en 1930 vormden een keerpunt in de geschiedenis van de goudstandaard. De wereldwijde Grote Depressie die in 1929 begon, zorgde voor enorme druk op het systeem. Landen die vastzaten aan de goudstandaard konden hun economieën niet snel genoeg aanpassen aan de schokgolven van de depressie, omdat ze niet vrij waren om de geldhoeveelheid te verhogen zonder goudreserves. Dit leidde tot deflatie en economische stagnatie.

De overgang van de goudstandaard naar fiatgeld was een van de meest ingrijpende veranderingen in de moderne economische geschiedenis

In een poging om de economie te stimuleren, stapten verschillende landen af van de goudstandaard. Het Verenigd Koninkrijk deed dit in 1931, gevolgd door de Verenigde Staten in 1933. President Franklin D. Roosevelt schortte de mogelijkheid op om dollars in te wisselen voor goud, als onderdeel van zijn bredere economische hervormingen onder de New Deal. Dit was een duidelijk signaal dat de dagen van de traditionele goudstandaard geteld waren.

Bretton Woods en de post-oorlogse economie

Na de Tweede Wereldoorlog probeerden wereldleiders een stabieler internationaal financieel systeem op te zetten om de volatiliteit van de jaren dertig te vermijden. Het resultaat was de Bretton Woods-overeenkomst van 1944, waarin een nieuw systeem werd opgezet dat een beperkte versie van de goudstandaard herintroduceerde. In dit systeem zou de Amerikaanse dollar gekoppeld blijven aan goud, terwijl andere valuta’s een vaste wisselkoers ten opzichte van de dollar zouden hebben.

Bretton Woods creëerde aanvankelijk stabiliteit in de wereldwijde economie, maar er zaten inherente spanningen in het systeem. De Amerikaanse economie groeide in de jaren vijftig en zestig explosief, terwijl de wereldwijde vraag naar dollars toenam door internationale handel. Echter, de VS kon deze groeiende vraag naar dollars niet volledig dekken met hun goudreserves. Naarmate meer dollars in omloop kwamen, begon de wereld te twijfelen of de VS echt in staat zou zijn om alle uitstaande dollars te dekken met goud, zoals beloofd.

Het einde van Bretton Woods en de introductie van fiatgeld

Het definitieve einde van de goudstandaard kwam in 1971, toen de Amerikaanse president Richard Nixon een historische beslissing nam. Op 15 augustus van dat jaar kondigde Nixon aan dat de VS de converteerbaarheid van de dollar in goud zou opschorten. Dit betekende dat buitenlandse regeringen niet langer hun dollars konden inwisselen voor goud. Deze stap, bekend als de "Nixon-schok", markeerde de overgang naar een volledig fiatgeldsysteem.

Waarom nam Nixon deze drastische maatregel? In de jaren zestig en vroege jaren zeventig kampte de Amerikaanse economie met een oplopende inflatie, onder meer door hoge militaire uitgaven voor de Vietnamoorlog en een groeiende interne vraag naar goederen en diensten. Tegelijkertijd begonnen landen zoals Frankrijk massaal hun dollars om te wisselen voor goud, wat de Amerikaanse goudreserves onder druk zette. Nixon stond voor een keuze: ofwel de waarde van de dollar fors devalueren, of de koppeling met goud doorbreken. Hij koos voor het laatste.

Na het loslaten van de goudstandaard stapte de wereld over naar het fiatgeldsysteem. Fiatgeld is geld dat geen intrinsieke waarde heeft, maar wordt geaccepteerd als wettig betaalmiddel omdat regeringen dit decreteren en de samenleving er vertrouwen in stelt. De waarde van fiatgeld is dus grotendeels gebaseerd op vertrouwen in de stabiliteit van de uitgevende overheid en haar vermogen om economische groei te stimuleren en inflatie te beheersen.

De gevolgen van de overgang naar fiatgeld

De overstap naar fiatgeld bracht zowel uitdagingen als voordelen met zich mee. Een van de grootste voordelen was dat overheden nu meer flexibiliteit hadden in hun monetair beleid. Zonder de beperkingen van goudreserves konden centrale banken de geldhoeveelheid vergroten of verkleinen naar gelang de behoeften van de economie. Dit bood een krachtig instrument om economische recessies aan te pakken en werkloosheid te bestrijden.

Tegelijkertijd kwam deze vrijheid met risico's. Fiatgeld heeft namelijk de neiging om inflatie te veroorzaken als overheden te veel geld in omloop brengen. In de jaren zeventig en tachtig kampte de wereld, en vooral de Verenigde Staten, met hoge inflatie en stagflatie – een situatie waarin de economie stagneert terwijl de prijzen blijven stijgen. Dit was een direct gevolg van het feit dat de geldhoeveelheid niet meer werd beperkt door de goudreserves, waardoor overheden en centrale banken minder remmingen hadden om geld bij te drukken.

Fiatgeld en het moderne monetaire beleid

Sinds de jaren tachtig is het beheer van fiatgeld sterk verbeterd door het gebruik van modern monetair beleid. Centrale banken zoals de Federal Reserve en de Europese Centrale Bank hebben geavanceerde instrumenten ontwikkeld om de inflatie te controleren en de economische stabiliteit te bevorderen. Een van deze instrumenten is het gebruik van rentetarieven om de geldhoeveelheid te beïnvloeden. Als de inflatie te hoog oploopt, kunnen centrale banken de rente verhogen om de vraag te temperen. Als de economie vertraagt, kunnen ze de rente verlagen om de kredietverlening te stimuleren.

In de afgelopen decennia heeft het fiatgeldsysteem zich bewezen als een veerkrachtig systeem, ondanks enkele crises. Tijdens de financiële crisis van 2008 bijvoorbeeld, konden centrale banken wereldwijd ongekend ingrijpen door massaal geld in het systeem te pompen via zogenaamde kwantitatieve versoepeling (QE). Dit was een maatregel die onmogelijk zou zijn geweest onder de goudstandaard.

Proactief economische crises aanpakken

De overgang naar fiatgeld markeerde een cruciaal moment in de moderne economische geschiedenis. Het bood regeringen en centrale banken de flexibiliteit om hun economieën beter te beheren, maar bracht ook nieuwe uitdagingen met zich mee, zoals de dreiging van inflatie. Terwijl de goudstandaard stabiliteit en vertrouwen gaf, gaf het fiatgeldsysteem overheden de ruimte om proactief economische crises aan te pakken. De vraag of fiatgeld op de lange termijn houdbaar is, blijft echter een punt van discussie, vooral nu digitale valuta zoals Bitcoin en de mogelijke introductie van centrale bank digitale valuta (CBDC's) nieuwe vragen oproepen over de toekomst van geld.


Categorie: OVERIGE GELDZAKEN
X